Terug in mijn jeugd. Ja. Ver terug. Toen ik nog kleuter was. Of misschien wel peuter. Spelen met Duplo. Mag ik graag doen.
DUPLO
Opgeslagen onder B art
Koninginnedag.
Welkom in Middelburg. Stad der lelijke mensen.
Ze hebben dus ook negers in Middelburg.
Daar sta je dan als pensionado. Met een gouden kroontje op je kale bol.
Iedere seconde dat er paarden in beeld zijn, is er een te veel. Domme beesten. Doe mij maar een koe.
Hahaha. Hij moest meer plassen enzo. Wat een held dit.
Een volledig blank en in het wit gehuld gospelkoor. Waar gaat het fout?
Die meisjes met oversized brillen hebben weer een mooi plaatje voor op Hyves nu. Met Constantijn (of Friso, weetikveul) op de foto.
Ik zie dat het seniorenteam ook meedoet op dat springkussen. Vanochtend om 5u opgestaan om dat buikje in een turnpakkie te wurmen.
Waarom zijn die koekhapperts verkleed als Indiaan? Wat is de toegvoegde waarde?
Die Annet en Anita zijn opzich best mooie prinsessen. Hoe doen die prinsen dat toch…
Oja, Aimee is ook wel een beauty. Lekker euhhh fris enzo.
Wat is die verslaggeefster een enorm dom skoap. In d’r witte jas. Bah.
Ik zie een stilstaande volksdanschgroep. Hulde. Vooral niets blijven doen.
Denk je alles gehad te hebben, komt er nog een groepje in-midlifecrisis-verkerende dames voorbij die Mary Poppins doen.
Ik wil net als die twee prinsen waarvan ik de naam niet weet ook allergisch zijn voor paarden.
Gaan die houten padvinderijschommels ieder jaar weer mee met de Koninklijke bus? Het is verdorie altijd hetzelfde.
Met alle respect, maar er worden net iets teveel verstandelijk gehandicapten betrokken bij dit gebeuren.
#knoopinjezakdoek
Zou mooi zijn als zo’n kudthockeyer die bal nu tegen een prins aan jetst. Klabam.
De korfballers krijgen ook d aandacht die ze verdienen. Geen dus.
Zeg, kindjes, jullie beloven nagels te lakken. NAGELS. Niet de hele hand. Kliederkonten. Alhoewel, bij Mabel mag het.
Ik wil dat koor niet zien. Geef mij de pianist! Met z’n kolderieke deuntjes.
Valt me mee dat Mabel geen hakje deed.
Maxima snapt het. Effe naar die pianist toe. Bebaard en met een opblaaskroontje op. Heerlijk.
Het is stil in Middelburg. Houden zo.
Die prinses in het rood. Haihaihai. Laat die dame eens wat vaker in de spotlights.
En het bleef nog lang onrustig in Middelburg… Tot zover mijn tweetkannonade. Dank voor uw aandacht.
Zeekwamkwammersloeg.
Ik keek naar NatGeo WILD vanavond. Er was een uur lang Russische flora en fauna op de buis. Waar in Rusland weet ik al niet meer. Ik was als mediamannetje onder de indruk van het camerawerk, maar als mens was ik onder de indruk van andere dingen. Beter: dieren.
Ik ben nooit zo’n dierenliefhebber geweest. Had altijd een hekel aan dit soort programma’s. Een beetje koekeloeren naar een broedende struisvogel. Mij niet gezien. Vanavond was het anders. Ik viel binnen bij een verregende uil. Wat voor een uil het was weet ik niet. Het beest zei ook geen ‘Oehoe’. Maar de ondertiteling vertelde me dat het een uil was. Ik geloofde het. De uil, slechts een paar maanden oud, zocht beschutting onder een bladerdak. Diep weggedoken in zijn veren.
Ik bleef hangen. Ik zag een schildpad uit zijn schulp kruipen op jacht naar vis. Ik zag een beer in een boom klimmen om wat bladeren te eten. Ik zag een parmantige diksnavelmees op een rietstengel. Ik zag beestjes waarvan ik de naam nu al weer ben vergeten. Sneue beestjes waren het. Een jaar lang als larve alleen maar algen eten, om vervolgens binnen 24 uur te paren, eitjes te leggen en weer te sterven. Een mooi schouwspel was het wel. Miljoenen witgevleugelde beestjes in de lucht.
Maar het meest onder de indruk was ik van iets anders. Een dier. Al doet de naam anders vermoeden. In een stukje zee waaraan Rusland grenst leven zeekomkommers. Zeekomkommers doen de hele dag niets. Ze zitten waar ze zitten en roeren zich niet. Ik leefde me even in. In zo’n zeekomkommer. Best balen als je geen leuke buren hebt. Een buurman die de hele dag flauwe moppen vertelt. “Wat is de verleden tijd van zeekomkommer? Zeekwamkwammer! HAHA!”
Ben je mooi klaar mee. Als zeekomkommer. Weet je trouwens wat de verleden tijd is van zeekomkommersla? Zeekwamkwammersloeg.
Dagdroom
Ik moet even wat kwijt. Ik kan niet slapen. Ik denk aan dingen. Teveel dingen. Teveel voor dit moment. Ik dagdroom, maar dan ‘s nachts en in bed. Zelfs Toon Hermans heeft me niet in slaap kunnen praten met zijn ‘Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken’. Het versje waarmee ik iedere avond ga slapen.
Ik denk na over de waterpolo. Hoe moet dat toch verder? Ik denk aan @az67life. Vind t echt jammer dat ik dat mis. Ik denk aan school, gebouw X, 60 punten. Ik denk aan een baantje voor komende zomer. Aan de zomervakantie. Aan mensen. Meisjes. Jongens. Meisjes.
Ik denk aan ‘Clair de Lune’. Hoofd leeg. Slapen.
Opgeslagen onder B art
Matras.
Fijne binnenkomer. Na het kijken van Studio Voetbal, het uitdoen van de lichten en het beklimmen van twee trappen wachtte mij een verschrikkelijk aanzicht. Het was stuitend. Afgrijselijk. Hels. Een onopgemaakt bed.
Slechts een kaal matras en een net zo kaal kussen lagen op het witte frame. Ik vraag me overigens af waarom er bloemetjes op mijn matras zijn geborduurd door de fabrikant. Niemand ziet het. Behalve als er geen overtrek omheen zit. Zoals nu. Het zou pas leuk zijn als Harm van de matrassenfabriek een grapje uit ging halen. Wat nou bloemetjes? Een vuurtoren! Een olifant! Een gourmetstel! Dat willen de mensen zien als ze het Hema-dekbedovertrek van hun matras halen. Geen bruin/groenige bloemetjes.
Harm van de matrassenfabriek zou zichzelf onsterfelijk maken als hij de machine wat leuke teksten laat borduren. Grapjes om te lachen. Ieder matras een eigen verhaal. Met aan beide zijden iets anders. Zou leuk zijn. Harm van de matrassenfabriek stelt de machine in op standje ‘vlees’. Op de ene kant van het matras een rauw stuk roze vlees, aan de andere kant een mooi stukje gebakken schnitzel. Inclusief citroenschijf. Dat je het vlees zo nu en dan effe om moet draaien. Harm zou zichzelf onsterfelijk maken als ‘ie dat zou doen. Ik zie het wel zitten. Maar tot het zover is zal ik gewoon iedere keer bloemetjes zien. Zoals nu.
Gauw een overtrek erom.
Opgeslagen onder B art
Camping ‘t Polletje
In een te zwak verlicht wegrestaurant aten we wat. Het zal een uur of acht, half negen zijn geweest. Op het punt waar je je bestelling kon doen maakte mijn moeder een wat dommige opmerking. Iets met een frikandel. Die stond namelijk op de menukaart. Een Duitse frikandel is echter niets meer en niets minder dan een stukkie gehakt.
Goed. Nu het volgende. Naast ons stond een meneer. Ik had hem al lang ingedeeld in de categorie vrachtwagenchauffeur. Meneer de vrachtwagenchauffeur vertelde mijn moeder dat een Duitse frikandel in de verste verte niet lijkt op een Hollandse variant. Prima. Mag van mij, zo’n opmerking.
Maar meneer de vrachtwagenchauffeur reageerde vervolgens op iedere (retorische) vraag die mijn moeder aan mijn zusje of aan mij stelde. Hij gaf uitleg over worsten, de Duitse benaming voor friet, hij wees waar de salade lag en toen mijn moeder wat thee uit zo’n machine wilde halen wist meneer de vrachtwagenchauffeur ook nog eens te vertellen dat je dan op het knopje van Heiß Wasser moest drukken.
Alsof ons gezin nog nooit naar het buitenland was geweest. Zo behandelde hij ons. Lapzwans. Zelf komt ie amper in het buitenland en zit ‘ie wanneer het maar kan in zijn blote, behaarde borst in de zon. Je kent ’t wel. Ik zag ‘m zo zitten voor zijn caravan. Sportschoenen aan, shirt uit, stoel in de ligstand. En dat op camping ‘het Polletje’ in Diever. Maar meneer moest wel even enkele Duitse woordjes uitleggen.
Ik keek het schouwspel van een afstandje aan en liep na de thee-tip weg. Ik kon het niet meer aanhoren. Het liefste zou ik heel hard tegen meneer de vrachtwagenchauffeur zeggen dat dit echt niet de eerste keer is dat dit Hollandse gezinnetje op vakantie is naar Oostenrijk. Ik deed het niet.
Later bleek dat meneer de vrachtwagenchauffeur, hij bestelde overigens een snietsol miet pommusj, zelf amper in het buitenland komt. Dit was een zelfzaamheid, vertelde hij aan mijn moeder. Meneer moest naar Milaan. En dan weer terug. Ongehoord.
Misschien was dat Diever-verhaal niet eens zo slecht bedacht…
Opgeslagen onder B art
Schmeicheln-Bermbeck.
Ik zie een Tiershop. Een Sparkasse. Een Konditorei. Ik zie, in nagenoeg onleesbare letters ‘Hof Rölfenbönen’ staan. Witte, grijze of flets gekleurde huizen met een hoge opstap zijn er meer wel dan niet. Ene Christian Dahm lacht me toe op een poster. Hij belooft offen, engagiert und kompetent te zijn. Die woorden kon ik opschrijven omdat we in een kleine Stau voor een Ampel stonden.
Het is hier grijs. Grijze huizen, grijs asfalt, grijze auto’s, grijze lucht en zelfs grijze haren. Maar dan. Uit het niets. Iets kleurigs. Iets fleurigs. Het is een dame op een Rad. Ze heeft een helm op. En ze draagt een oranje hesje. Leuk. Moeten ze vooral doen daar. Als ik een omschrijving moest maken van de doorsnee Duitser, zou ’t dicht bij deze vrouw in de buurt komen. Dichtbij, maar niet Opp und Topp Deutsch.
Neem dan deze. Een man met stoppelbaard, helm, kaki broek. Op een damesfiets. Met een mandje achterop. Trappend door een grijs dorp met Konditoreien, Sparkasses en Tiershops. Op weg naar zijn Frau und Kinder na weer een dag werken bij de plaatselijke Milchfabrik. De Milchfabrik van Schmeicheln-Bermbeck.
Dat is een Duitser.
Opgeslagen onder B art





