De dikke ronde vrouw

Vakkundig snijdt ze haar broodje open. Snel ook. Het is er een van het luxere soort. Een pistoletje. Volkoren. Op het tafeltje ontvouwt ze een servet. Er staan blauwe letters op. Een plastic boterhamzakje volgt. Ze schuift er een bakje uit. Een gouden bakje. Ik verwacht smeerkaas. Het blijkt eiersalade. Haar ogen worden groter. Eiersalade.

Daar komt het mes weer. Het doet zijn werk, maar anders dan zojuist. Het smeert. In moordend tempo. Haar hand hangt boven mijn knie. Ze doet wat in het prullenbakje. Het servetje verdwijnt. Het mesje stopt ze terug. Ze pakt haar pistoletje goed beet. Met beide handen om haar broodje gevouwen schuift ze het geheel naar binnen.

Ze neemt een hap. En daarna nog een. En nog een. En nog een.

Ze smikkelt. Ze geniet. Iedere hap weer. Tenminste, zo lijkt het. Het broodje word volledig opgepeuzeld. Als er niets dan kruimels over zijn, wrijft ze haar grote, mollige handen tegen elkaar aan. Haar linkerhand gaat langs haar mond en neemt een kruimel mee die de gulzige mond nooit heeft bereikt. De kruimel blijft achter op haar enorme dijbeen.

Dan gaat ze verder. Ze hangt haar ketting met het hoofd van Boeddha recht. Pakt haar telefoon uit het kleine lederen tasje. Kijkt nog eens om zich heen. Niemand kijkt terug. Behalve ik. Via de ruit aanschouw ik de dikke ronde vrouw. En ik geniet.

1 reactie

Opgeslagen onder B art, Treinverhalen

Het Remblokje

Toen mijn moeder laatst terugkwam van het mountainbiken, had haar hoofd de kleur die je eerder aan een tomaat of een aardbei zou linken. Maar het was dus d’r hoofd. Goed. Ze had het moeilijk gehad onderweg. Het was zwaar. Ze trapte zich het leplazarus, als ik de verhalen mocht geloven. Een beetje tempo zat er niet in. Ergens kon ik me dat ook wel voorstellen, aangezien ze erg weinig fietst. Maar dat terzijde.

Volgens mijn moeder zat het remblokje van een van de wielen constant tegen haar wiel aan. Daarom was het zo zwaar, enzo. Ik lachte mij een kriek en mijn vader geloofde er ook geen sikkepit van. Uit een nadere inspectie bleek dat mijn moeder ook geen recht van spreken had. Geen vastgelopen remblokje. Ze kon gewoon niet beter.

Inmiddels is het al een poosje geleden dat mijn moeder klaagde over haar remblokje. Maar als ik nu op de fiets zit, denk ik vaak terug aan het remblokje. Soms lukt het gewoon even niet. Hoe hard ik mijn best ook doe. Soms zit het gewoon even tegen. Alsof de remblokjes tegen mijn wiel klemmen. Ze doen het niet, maar het lijkt zo.

‘Het remblokje’ kan worden bestreden met verschillende dingen. Een slok water, bijvoorbeeld. Of een hap van een energiereep. Het kan ook worden opgelost door een grasmaaiende man, of door een mooie dame op 12 uur.

En zo is het eigenlijk ook zonder dat ik op het zadel zit. Zo nu en dan lukt het gewoon even niet. Dan zit het niet mee. Ideeën lopen spaak. Opdrachten lopen in de soep. Mensen doen of zeggen dingen waar ik het niet helemaal mee eens ben. Dat kan. Dan denk ik aan het remblokje. Het remblokje dat teniet wordt gedaan door iets leuks. Iets lekkers. Of een mooie dame op 12 uur.

Geef een reactie

Opgeslagen onder B art, Wielerverhalen

Twitterlied (BETA)

Het begon op een dag op twitter.com
Een website met als kleur blauw
Ik het begin vond ik het maar dom
Maar toen, toen vond ik jou

We replyeden en dm’den
Maar toen was daar de failwhale
Bijna namen we afscheid
Nee, het scheelde niet veel

Tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet
Dit is het twitterlied
Tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet
Aan 140 tekens doen we hier niet

Het web was niet goed meer
Toen was daar tweetdeck
Al die columns naast elkaar
Daaaat was lang niet gek

En zelfs op de iPhone deden we wat
We twitterden heen en ook weer
In mijn tweetje heette je ‘schat’
Maar dat mocht van jou niet meer

Tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet
Dit is het twitterlied
Tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet
Aan 140 tekens doen we hier niet

Na wat geflirt toen spraken we af
Op een plekje in het geheim
Een date, een date, het voelde wat maf
Maar het was goed om bij je te zijn

Tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet
Dit is het twitterlied
Tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet tweet
Aan 140 tekens doen we hier niet

5 reacties

Opgeslagen onder B art

Het finalegevoel.

Morgen gaat het gebeuren. Een finale voor Oranje. De eerste finale waar ik bij ben. In ’88 leek het er nog niet eens op dat ik op de wereld zou komen. In mijn nog jonge bestaan ken ik het finalegevoel van televisie. Van internet. Van horen zeggen. En morgen, morgen ga ik het zelf beleven.

Het finalegevoel bestaat voor mij uit slechts herinneringen met andere teams. Teams op het WK, of in de Champions League. Finales die mij heugen zijn Liverpool tegen Milan, die pot vergeet ik nooit weer. 0-3, 3-3 en Liverpool, mijn Liverpool, won de cup. Andere finalegevoelens. De finale van het vorige WK. Italië – Frankrijk. De wedstrijd van Zidane. De wedstrijd van Materazzi.

Het finalegevoel bestaat voor mij ook uit verhalen. Van mijn oma, bijvoorbeeld. Over hoe rustig het toch wel niet was in ’88. Ze heeft toen een stukje over de snelweg gefietst, vertelde ze trots. Voetbal interesseerde haar niet. Maar die anekdotes zorgen er wel voor dat ik een beeld vorm van hoe een Oranje finale er aan toe zal gaan. Nederland ligt plat.

Voor even.

Want na het onvermijdelijke laatste fluitsignaal springt Nederland de lucht in. De dijken zijn voor even niet meer nodig. Nederland loopt een polonaise. Handen op of om de schouders. Doelpunten werden er gemaakt. Spanje scoorde niet. Maarten was fantastisch, Mark was leep, Wesley was legendarisch en Arjen was het goudhaantje. Luid scanderen we ‘Bertje bedankt’, terwijl we ons duurgekochte bier de hemel in werpen.

En ik? Ik zit ergens. Op straat, op een stoel. Buiten. Ik zie die grote oranje meute hun feestje vieren. En ik geniet. Ik denk aan de wedstrijden tegen Denemarken. Japan. Kameroen. Slowakije. Brazilië. Uruguay. Ik denk aan de finale. Hoe heeft het ooit zover kunnen komen? Wat ben ik al verwend, op mijn leeftijd. Ik denk aan mijn oma die niet meer over de snelweg fietst, maar inmiddels vast rustig op bed is gaan liggen.

Ik geniet van de feestende mensen. Ik geniet van ons land. Ik geniet van ons Oranje. Van onze jongens. Ik geniet van het finalegevoel. En ik pink alvast een traantje weg.

Geef een reactie

Opgeslagen onder B art

Het spelletje met de wind

Geluidloos rijd ik weg. Fiets is naar de fietsenmaker geweest. In Steenwijk. Schijnt een goede te zijn. Prima. Het gaat soepel. Met de benen zit het wel goed. Of heb ik wind mee? Nee, toch? Heb net nog gekeken. Geen wind mee wanneer ik naar het oosten fiets.

Een auto stopt voor mij. Ik snijd af. Een klein stukje. Maar ik steek wel keurig mijn hand uit. Dat lijkt wat vriendelijker. Ik wil mijn goede naam niet zomaar te grabbel gooien natuurlijk. Even een tandje bijschakelen. Het gaat lekker. Fijn. Het is mooi weer. Niet te warm, niet te koud. Winderig, dat wel.

Mijn kilometerteller geeft aan dat ik er alweer drieduizend meter op heb zitten. Tsjonge. Dit gaat hard. Merk nog weinig van de wind. Hups. Rotonde. Driekwart, richting station. Ineens voel ik het. Zijwind! Dus toch. Daar gaat mijn vooraf uitgestippelde route. Dit wordt improviseren. Heeft ook zo z’n charmes. Mag ik graag doen, improviseren.

Ik zou hier rechtsaf zijn gegaan met goede wind, maar nu ga ik rechtdoor. Over het spoor. Zometeen stoppen voor het driekleurig licht op een zwart/witte paal. Dan nog de weg over en dan kan ik voluit. Een paar kilometers rechtdoor liggen op me te wachten. Daar. De bomen overschaduwen het pad. Weinig wind hier. Komt door de bomen. Tactische keuze, Bart. Keurig.

Pesse. Mooi. Kan die auto niet wat harder? Anders ga ik er langs. Nee. Doe ik niet. Die bestuurder zal me dan wel weer een doorsnee kapsonesrenner vinden. Wil ik niet. Geduld is vereist. Ik reken mijn gemiddelde snelheid tot nu toe uit. Gaat prima. Boven de dertig is altijd goed.

Linksaf. Onder het viaduct door. Beuken tegen de wind in. Harken. Werken zal ik. Let op dat gemiddelde. Rekenen. Drinken. Eten. Duwen. Trekken. Trappen. Kom op. Het asfalt is ruw. Stroef. Grof. Langzaam asfalt. Het wordt zo beter. Of was dat ergens anders? Nee. Dat was hier. Daar, waar ik het bos weer in moet. Zie je? Beter asfalt.

Open gebied. Even opletten. Met de bochten mee. Eerst rechts, dan links. En dan staat er een boerderij aan mijn rechterhand. Daar zat vorige keer een vrouw in de tuin. Gebruind. Een boerenvrouw van in de vijftig. Zoiets. Nu zit er niemand.

Ha. Ruinen. Solexrijders. Mensen met een motortje in hun fiets. Heb ik niet. Ik ben als Cancellara. Mijn motor zit in mijn benen. Yusuf verkoopt kebab. Ik ga linksaf. Begin mijn benen te voelen. Of toch nog door. Ja, door. Nog een keer links. En nog een keer. En dan nog een keer. Mooi rondje. Yusuf verkoopt nog steeds kebab. En ik heb weer een stukje tegenwind.

Klein stukje rechtdoor. Laatst werd een oude vrouw boos op mij. Sloeg nergens op. Zij stopte ineens en in ontweek. Had ook anders kunnen aflopen. Linksaf nu. Kan het? Nee. Maar ik doe het wel. Die motor wacht maar even. Kindjes zeggen hoi. Ik doe hetzelfde. Zijwind, opnieuw. Of heb ik hem een beetje in de rug. Ja. Dat laatste. Mocht ook wel.

Klinkers. Ze liggen dicht op elkaar. Zoals het hoort. Hou ik van. Mag hier graag fietsen. Straks rechtsaf, dan met de weg mee. De vorige keer reed hier een joekel van een vrachtwagen. Moest ik toen op wachten. De chauffeur zwaaide en ik zwaaide terug. Mooi was dat. Maar ik heb nu wel wind tegen.

Linksaf. De grote weg over. Mijn moeder zou vroeger vragen of ik wel goed uit zou kijken. Ja. Doe ik, mam. Nog steeds. Welkom in Koekangerveld. Tot ziens in Koekangerveld. Ik ga als een speer. Wind wat in de rug nu. Viaductje op. Dansend. Dan naar Koekange, naar de sluis en naar huis. Het is mooi geweest. Ben moe. Waarom doe ik dit eigenlijk?

Viaduct af. Trappend. Snelheid houden. Daar heb je die verrekte wind weer. Ik vergelijk mezelf met Voigt. Erik Dekker. Waarom weet ik niet. Maar ik doe het. Linksaf in Koekange. Wolken schuiven voor de zon. Ziet er niet best uit. Alhoewel, ben wel toe aan een zomerbuitje. Zo’n zomerbuitje die je wel mee wil maken met je vriendin. Maar die heb ik niet. Is ook zo.

Weer die zijwind. Volgens mij neemt de wind mij in het ootje. Heb hem nog niet een keer lekker mee gehad. Hier klopt iets niet. Op naar de sluis. Mijn geliefde stuk langs het kanaal. Knallen. Zeker met wind mee. En ik heb wind mee. 35. 36. 37. 38. Nu vasthouden. Lukt niet. Zit een buiging in de route. 34 op de teller. Valt tegen.

Druppel op mijn neus. Of was het zweet? Nee. Nog een drup. En nog een. Lekker. Maar die verrekte wind. Hij neemt af. Net op mijn stukje. Via beschutte wegen terug, dan maar. Beuken. Harken. Spelen met de wind. Mijn enige vijand. Ik zit stuk. Nog even door. Nog heel even.

De Westerbergen. Mooie tijden gehad. Afsluiting van het voetbalseizoen enzo. Mooie tijden, mooie tijden. Maar wat heb ik het zwaar. Ik kijk om. Dat mag niet van Mart. Dan ga je langzamer. Doe het wel. Even omkijken. Niemand achter me. Voor me twee oudjes.

Rechts. Geen wind meer. Die was moe. Is gaan liggen. Mooie boel. Nog twee kilometer. Even overdenken. Ging het lekker? Ja. Moe? Ja. Voldaan? Ja. Spel met de wind? Verloren. Spel in mijn hoofd? Gewonnen. Hoofd zelf? Leeg. Lekker? Ja. Lekker.

Zo. Home sweet home. 41.6 kilometer. Keurig. Een uur en twintig minuten. Ook heel keurig. Ik speelde een spelletje met de wind. Hij, of zij, won het van mij. Op fysiek gebied. Maar ik heb tijdens het spelen nagedacht. Over veel. Alles, misschien wel. Dingen een plekje gegeven. Of een heel grote plek. Ik kan er weer even tegenaan. En dat is ook wat waard.

Morgen weer.

4 reacties

Opgeslagen onder Wielerverhalen

Het Tuincentrum

De schuifdeuren gaan al piepend en krakend open wanneer ik met een ijzeren wagentje een met plexiglas overdekt gebouw binnenstap. De vloer is van beton en her en der ligt er wat aarde op de grond. Het ruikt naar bloemen en planten. Het is een typische geur. Ik zie mensen. Schattige oudjes en vreselijk lelijke midlifers. Ze zijn dik en dragen foute kleding.

Mijn oog valt op een man in een korte fietsbroek. Zo’n strakke. Een boxer maar dan van polyester en met een zeem erin. Hij draagt sandalen met sokken. En een bril. Ik vind het een opvallende verschijning. Oh, of ik die bloempjes mooi vind. Ja, ik vind ze enig. Meenemen, direct.

We staan bij de kassa. Werd tijd ook. Maar nu wordt het peniebel. Ik moet de plantjes, gehuld in aarde, in een plasticje zetten. Wil ik niet. Krijg ik vieze handen van. En da’s niet helemaal mijn ding; vieze handen. Ik wil later ook een tuinman. Of gewoon geen tuin en een mooi penthouse ergens hoog. Zolang ik maar niet met mijn handen in de aarde hoef te wroeten.

Zolang ik maar geen tuincentra meer hoef te bezoeken. De hel.

2 reacties

Opgeslagen onder B art

Mei

Alle vogels zwijgen
Het sneeuwt in februari
En thuis zit mijn kanarie
Bronchiaal te hijgen

Dan grijp ik naar mijn kroontjespen
Omdat ik een beetje dichter ben
En in de witte winterwei
Schrijf ik m’n lief
’t is mei

’t Is mei. Dat was het al even qua kalender, maar qua weer leek het nergens op. Laten we die eerste meiweken maar vergeten. Gewoon even shift + delete. Weg ermee. Goed. Wat ik wilde zeggen. Ik ben er blij mee, dat het mei is. Mei doet mij goed. Ik word vrolijk van mei. En met mij zijn er meer. Meer mensen, meer dieren. De bomen, struiken, planten. Zij worden blij van mei.

Mei is mooi omdat de zon langzaamaan weer gevoeld kan worden. Mei is mooi omdat ik mijn wielrenrondjes weer in de korte broek en korte mouwen kan doen. Mei is mooi omdat ik met mijn fiets over onontdekte weggetjes kan rijden terwijl mijn ogen prikken van de hooikoorts. Mei is mooi om nog veel meer dingen. Maar deze dingen schoten mij te binnen toen ik gisteren gehuld in korte broek en kort shirt met hooikoorts in de ogen over een onontdekt en eveneens schitterend stukje weg fietste. In de zon.

Mei is echter wel meer dan fietsen. Mei is… een heleboel. Teveel om op te noemen, misschien. Nee, niet misschien. Mei is teveel om op te noemen. Ik dacht erover na op de fiets. Ik zag grasmaaiende mannen. Onkruidwiedende vrouwen. Met water spelende kinderen. Luierende honden. Ja. Dat zag ik. En ik genoot. Ik genoot van mei. En misschien genoot mei ook wel een beetje van mij.

2 reacties

Opgeslagen onder B art, Toon Hermans

DUPLO

Terug in mijn jeugd. Ja. Ver terug. Toen ik nog kleuter was. Of misschien wel peuter. Spelen met Duplo. Mag ik graag doen.

2 reacties

Opgeslagen onder B art

Koninginnedag.

Welkom in Middelburg. Stad der lelijke mensen.

Ze hebben dus ook negers in Middelburg.

Daar sta je dan als pensionado. Met een gouden kroontje op je kale bol.

Iedere seconde dat er paarden in beeld zijn, is er een te veel. Domme beesten. Doe mij maar een koe.

Hahaha. Hij moest meer plassen enzo. Wat een held dit.

Een volledig blank en in het wit gehuld gospelkoor. Waar gaat het fout?

Die meisjes met oversized brillen hebben weer een mooi plaatje voor op Hyves nu. Met Constantijn (of Friso, weetikveul) op de foto.

Ik zie dat het seniorenteam ook meedoet op dat springkussen. Vanochtend om 5u opgestaan om dat buikje in een turnpakkie te wurmen.

Waarom zijn die koekhapperts verkleed als Indiaan? Wat is de toegvoegde waarde?

Die Annet en Anita zijn opzich best mooie prinsessen. Hoe doen die prinsen dat toch…

Oja, Aimee is ook wel een beauty. Lekker euhhh fris enzo.

Wat is die verslaggeefster een enorm dom skoap. In d’r witte jas. Bah.

Ik zie een stilstaande volksdanschgroep. Hulde. Vooral niets blijven doen.

Denk je alles gehad te hebben, komt er nog een groepje in-midlifecrisis-verkerende dames voorbij die Mary Poppins doen.

Ik wil net als die twee prinsen waarvan ik de naam niet weet ook allergisch zijn voor paarden.

Gaan die houten padvinderijschommels ieder jaar weer mee met de Koninklijke bus? Het is verdorie altijd hetzelfde.

Met alle respect, maar er worden net iets teveel verstandelijk gehandicapten betrokken bij dit gebeuren.
#knoopinjezakdoek

Zou mooi zijn als zo’n kudthockeyer die bal nu tegen een prins aan jetst. Klabam.

De korfballers krijgen ook d aandacht die ze verdienen. Geen dus.

Zeg, kindjes, jullie beloven nagels te lakken. NAGELS. Niet de hele hand. Kliederkonten. Alhoewel, bij Mabel mag het.

Ik wil dat koor niet zien. Geef mij de pianist! Met z’n kolderieke deuntjes.

Valt me mee dat Mabel geen hakje deed.

Maxima snapt het. Effe naar die pianist toe. Bebaard en met een opblaaskroontje op. Heerlijk.

Het is stil in Middelburg. Houden zo.

Die prinses in het rood. Haihaihai. Laat die dame eens wat vaker in de spotlights.

En het bleef nog lang onrustig in Middelburg… Tot zover mijn tweetkannonade. Dank voor uw aandacht.

1 reactie

Opgeslagen onder B art

Zeekwamkwammersloeg.

Ik keek naar NatGeo WILD vanavond. Er was een uur lang Russische flora en fauna op de buis. Waar in Rusland weet ik al niet meer. Ik was als mediamannetje onder de indruk van het camerawerk, maar als mens was ik onder de indruk van andere dingen. Beter: dieren.

Ik ben nooit zo’n dierenliefhebber geweest. Had altijd een hekel aan dit soort programma’s. Een beetje koekeloeren naar een broedende struisvogel. Mij niet gezien. Vanavond was het anders. Ik viel binnen bij een verregende uil. Wat voor een uil het was weet ik niet. Het beest zei ook geen ‘Oehoe’. Maar de ondertiteling vertelde me dat het een uil was. Ik geloofde het. De uil, slechts een paar maanden oud, zocht beschutting onder een bladerdak. Diep weggedoken in zijn veren.

Ik bleef hangen. Ik zag een schildpad uit zijn schulp kruipen op jacht naar vis. Ik zag een beer in een boom klimmen om wat bladeren te eten. Ik zag een parmantige diksnavelmees op een rietstengel. Ik zag beestjes waarvan ik de naam nu al weer ben vergeten. Sneue beestjes waren het. Een jaar lang als larve alleen maar algen eten, om vervolgens binnen 24 uur te paren, eitjes te leggen en weer te sterven. Een mooi schouwspel was het wel. Miljoenen witgevleugelde beestjes in de lucht.

Maar het meest onder de indruk was ik van iets anders. Een dier. Al doet de naam anders vermoeden. In een stukje zee waaraan Rusland grenst leven zeekomkommers. Zeekomkommers doen de hele dag niets. Ze zitten waar ze zitten en roeren zich niet. Ik leefde me even in. In zo’n zeekomkommer. Best balen als je geen leuke buren hebt. Een buurman die de hele dag flauwe moppen vertelt. “Wat is de verleden tijd van zeekomkommer? Zeekwamkwammer! HAHA!”

Ben je mooi klaar mee. Als zeekomkommer. Weet je trouwens wat de verleden tijd is van zeekomkommersla? Zeekwamkwammersloeg.

1 reactie

Opgeslagen onder B art